Gesplitste aankoop in vruchtgebruik en bloot eigendom

Dit besluit bevat het beleid over de toepassing van artikel 10 van de Successiewet 1956, met ingang van 1 januari 2010, bij gesplitste aankoop of splitsing na aankoop. Dit onderdeel ziet op de uitwerking bij gesplitste aankoop en splitsing in vruchtgebruik en bloot eigendom na aankoop. Dit onderdeel is uitgebreid met een voorbeeld over (de oprenting van) het opofferd bedrag.

 

Besluit:BLKB 2012/103M

Geldig vanaf:4 april 2012

Tekst uit besluit:

2. Gesplitste aankoop

Tot en met 2009 gold artikel 10 van de Successiewet voor de situatie waarin de erflater zelf de bloot eigendom overdroeg. Voor overlijdens op 1 januari 2010 en later is artikel 10 van de Successiewet ook van toepassing bij de zogenoemde gesplitste aankoop en de splitsing na aankoop van de volle eigendom.  Een voorbeeld van een gesplitste aankoop is dat tegelijkertijd de ouder(s) het vruchtgebruik en het kind de bloot eigendom van een goed kopen van een derde.
Een voorbeeld van de splitsing na de aankoop is dat het kind van een derde de volle eigendom koopt en vervolgens het vruchtgebruik overdraagt aan zijn ouder(s).

Opgeofferd bedrag
Bij de toepassing van artikel 10 van de Successiewet komt in mindering hetgeen de verkrijger heeft opgeofferd voor zijn fictieve verkrijging (artikel 7, eerste lidvan de Successiewet). Voor de gesplitste aankoop en de splitsing na aankoop werkt dit als volgt uit. Bij de gesplitste aankoop is hetgeen het kind heeft opgeofferd de koopsom voor de bloot eigendom van de derde. Bij de splitsing na aankoop is hetgeen het kind heeft opgeofferd de waarde van de bloot eigendom ten tijde van de splitsing.
Het opgeofferd bedrag wordt vermeerderd met 6% enkelvoudige rente (artikel 7, derde lid, van de Successiewet) van de dag van de splitsing tot en met de dag van het overlijden. De fictieve verkrijging kan hiermee echter niet negatief worden (artikel 7, eerste lid, slot, van de Successiewet).

Voorbeeld
Het kind verkreeg op 2 februari 2002 de bloot eigendom van een derde voor € 100.000. Het kind betaalde hierover € 6.000 overdrachtsbelasting. Zijn ouder verkreeg van die derde het vruchtgebruik. De ouder overleed op 1 februari 2012.
Artikel 10 van de Successiewet is van toepassing. Het opgeofferde bedrag is:
– De betaling voor de bloot eigendom op 1 juli 2002 € 100.000
– De enkelvoudige oprenting over € 100.000, 10 x 6% € 60.000
– Totaal opgeofferd € 160.000
De overdrachtsbelasting die het kind heeft betaald voor de verkrijging van de bloot eigendom komt in mindering op de verschuldigde belasting (artikel 7, tweede lid, van de Successiewet).


Leave a Reply

Your email address will not be published.